De Kanjers van de Kade
Een aquarel van stilte, en een kakofonie van leugens.
De Ochtendnevel
De mist hing nog dik over het rimpelloze water van de oude vaart. Het was zo'n ochtend waarop de wereld leek te zijn geschilderd met verdunde waterverf; alles bestond uit zachte grijstinten, vaal blauw en het bruin van nat hout. Op de steiger zaten ze, net als elke zaterdagochtend sinds mensenheugenis: Arie, Berend en Cor. Drie mannen op leeftijd, in dikke jassen gedoken, de kragen omhoog en verweerde hoedjes strak op het hoofd getrokken tegen de koude dauw.
Hun dobbers dreven roerloos in het water. Al urenlang. Er was geen zuchtje wind, en nog minder teken van vis. Maar dat maakte de mannen niets uit. De hengels waren slechts rekwisieten, een geaccepteerd excuus om de zaterdagochtend buitenshuis door te brengen. Waar het werkelijk om draaide, was de competitie op de steiger. Niet wie de meeste vis ving, maar wie de grootste vis ooit bijna had gevangen. Het was tijd voor het wekelijkse ritueel van ongegeneerd opscheppen.
De Sterke Verhalen
Klik op een visser om zijn meest overdreven herinnering te beluisteren.
De Visserslatijn Index
Wetenschappelijk onderzoek (uitgevoerd door de vrouwen van bovengenoemde vissers) toont een aanzienlijke discrepantie tussen de werkelijke vangst en de verhalen op de steiger. Hieronder de harde data van de afgelopen 10 jaar.
De Terugkeer
Tegen de tijd dat de zon eindelijk door de waterige nevel heen brak, hadden de drie mannen gezamenlijk virtueel een aquarium vol monsters gevangen waar SeaWorld jaloers op zou zijn. In werkelijkheid was de enige opwinding van de ochtend een eend die iets te dicht bij Berend's dobber was gekomen.
Arie keek op zijn horloge, een zwaar zilveren ding dat volgens hem ooit in de maag van een meerval was gevonden. "Nou mannen," zuchtte hij theatraal, "het is me de dag weer niet. Ze azen niet. Ligt aan de luchtdruk."
Berend en Cor knikten wijselijk, de universele leugen van de falende visser instemmend. Ze haalden hun lege haken uit het water, braken hun hengels op en pakten hun roestige trommeltjes in. Ze hadden geen schub gezien, laat staan aangeraakt. Maar terwijl ze schouder aan schouder de steiger afliepen, terug naar de realiteit van hun echtgenotes en het gras dat gemaaid moest worden, waren ze volkomen tevreden. De verhalen waren weer iets groter geworden, de vriendschap weer iets steviger. Volgende week zouden de vissen nóg groter zijn.
De sociale functie van de visclub en het café
De verhalen over de 'kanjers' die niet gevangen werden, bereiken hun hoogtepunt niet aan het water, maar in het clubhuis of de lokale hengelsportzaak. Zaken zoals die van de familie Jurgens, waar al sinds 1962 generaties vissers hun aas halen, fungeren als sociale knooppunten waar visserslatijn tot bloei komt.3 Het is hier dat de tijd 'vliegt' terwijl men terugdenkt aan de jaren zestig en zeventig, de tijd dat de vissen naar verluidt nog groter waren en de rivier nog wilder.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten