Translate

Posts tonen met het label jobs (retro). Alle posts tonen
Posts tonen met het label jobs (retro). Alle posts tonen

woensdag, september 02, 2026

De verloren wereld van Belgische mijnwerkersgemeenschappen

De verloren wereld van de trotse mijnwerkersgemeenschappen van België.Herinnert u zich de Belgische kolenmijnen, mijnwerkersdorpen en trotse mijnwerkersgemeenschappen die het land van energie voorzagen? Ontdek het leven in de mijnen, de mijnwerkersstakingen, de sluiting van de mijnen en wat er met de Belgische industriesteden is gebeurd.

Bois du Cazier – a visit to a former Belgian coal mine (UNESCO) - Westwards
Major Mining Sites of Wallonia - Wikipedia
Bois-du-Luc mining site, La Louvière, Belgium (2026)

Coal mine of Hasard de Cheratte - WikipediaDe verloren wereld van de trotse Belgische mijnwerkersgemeenschappen was een universum op zichzelf: hard, gevaarlijk, warm, solidair, en diep verweven met de identiteit van hele regio’s. Wat vandaag rest — musea, schachtbokken, stille cité’s — zijn echo’s van een beschaving die België ooit van energie voorzag.

Kernpunt: Belgische mijnbouw ontwikkelde zich vanaf de middeleeuwen tot haar volledige verdwijning in de jaren 1980–1992, met een enorme sociale impact: 160.000 verdwenen jobs, instortende industriesteden, en het einde van een cultuur die generaties had gevormd.

🛠️ Het leven in de mijnen

Het dagelijkse leven van de mijnwerkers was een mengeling van discipline, gevaar en kameraadschap.

  • De mijnen van Borinage, Charleroi, La Louvière, Luik en Limburg vormden een oost-westband door Wallonië, later aangevuld met de Campine.

  • Ondergrondse werkdagen duurden vaak 10 tot 12 uur, in duisternis, hitte en stof.

  • Ongevallen waren schering en inslag: explosies, instortingen, gas, waterinsijpeling.

  • Toch was er ook humor, trots en solidariteit — een cultuur die je als jongen in de jaren ’50 nog kon zien: eten dat naar de werkplaats werd gebracht, ploegen die samen lachten, en een ritme dat bepaald werd door het weer en de oogst.

De mijn was geen job; het was een identiteit.

🏘️ De mijnwerkersdorpen: gesloten werelden

Rond elke mijn ontstond een cité: een arbeidersdorp met eigen winkels, scholen, cafés, ziekenfondsen en verenigingen.

  • In Bois-du-Luc (La Louvière) en Grand-Hornu (Boussu) werden complete arbeiderssteden gebouwd vanaf de 19e eeuw.

  • De gemeenschap was hecht, vaak generaties lang verbonden aan dezelfde put.

  • De sociale structuur was paternalistisch maar warm: de mijn zorgde voor werk, huisvesting, sportclubs, harmonieorkesten, ziekenzorg.

Voor velen was het een wereld die nooit echt buiten de cité kwam — een dorp onder de grond en een dorp erboven.

⚡ De motor van België

De Belgische mijnen waren eeuwenlang een strategische energiebron:

  • Ze voedden de staalindustrie, glasindustrie, spoorwegen en elektriciteitscentrales.

  • Wallonië werd door steenkool een van de eerste geïndustrialiseerde regio’s van Europa.

  • Tijdens WOI en WOII waren de mijnen cruciaal voor bezetter én verzet.

  • Na WOII kwamen tienduizenden migranten (Italianen, Polen, Grieken, Marokkanen) werken in de mijnen — vaak in de zwaarste omstandigheden.

✊ Stakingen en strijd

Mijnwerkers waren een van de meest strijdvaardige beroepsgroepen.

  • Grote stakingen vonden plaats tijdens WOI (onder Duitse bezetting) en in de jaren ’50.

  • De ramp van Marcinelle (1956), waarbij 262 mijnwerkers omkwamen, werd een nationaal trauma en versnelde de roep om veiligheid en hervorming.

  • De solidariteit tussen mijnwerkers was legendarisch: “Eén voor allen, allen voor één” was geen slogan maar dagelijkse realiteit.

⛏️ De sluiting van de mijnen

Vanaf de jaren ’50 begon het onstuitbare verval:

  • Goedkopere buitenlandse steenkool, olie en gas maakten Belgische productie onrendabel.

  • Automatisering en miniaturisatie in de industrie verminderden de vraag.

  • Tussen 1947 en 1984 verdwenen 160.000 jobs — een sociale aardbeving.

  • De laatste Waalse mijn sloot in 1980 (Blegny-Trembleur).

  • De laatste Limburgse mijn sloot in 1992 (Zolder).

Met elke sluiting verdween niet alleen een bedrijf, maar een beschaving.

🏙️ Wat gebeurde er met de industriesteden?

De impact was enorm en ongelijk verdeeld:

Wallonië

  • Borinage, Charleroi, La Louvière, Luik kregen te maken met massale werkloosheid, armoede en bevolkingsdaling.

  • De industriële ruggengraat brak: staal, glas, machinebouw volgden dezelfde neerwaartse lijn.

  • Veel cité’s verkommerden, sommige verdwenen volledig.

Limburg

  • De mijnsluiting kwam later, maar de schok was even groot.

  • Dankzij gerichte reconversie ontstonden nieuwe projecten:

    • C‑mine (Genk)

    • Thor Park

    • Be-Mine (Beringen)

  • Toch bleef het verlies van de mijnen een identiteitsbreuk.

🌑 Een verdwenen wereld, maar niet vergeten

Vandaag zijn de mijnen stil, maar de herinnering leeft:

  • UNESCO-sites zoals Grand-Hornu en Bois-du-Luc bewaren de architectuur.

  • Blegny-Mine en Bois du Cazier zijn musea waar je nog ondergronds kan afdalen.

  • Oude schachtbokken staan als monumenten in het landschap.

  • In dorpen en steden blijft de cultuur voelbaar: trots, solidariteit, arbeidersmentaliteit.

Voor wie — zoals jij — deze wereld nog heeft meegemaakt, blijft het een levende herinnering: het geluid van de lift, de geur van kolen, het ritme van de cité, de lach van de ploeg, het harde maar waardige leven.

De geschiedenis van de Limburgse mijnen

De geschiedenis van de Limburgse mijnen is het verhaal van hoe een rustige, landelijke provincie in enkele decennia veranderde in een industriële motor — en daarna opnieuw moest heruitvinden wie ze was. De bronnen tonen drie grote hoofdstukken: ontdekking, glorietijd, en neergang & reconversie.

🌑 Ontdekking van steenkool (1901–1910)

De Limburgse mijnbouw begon toen geoloog André Dumont rond 1901 steenkoollagen ontdekte onder Genk. Dat moment veranderde de hele provincie: van arme zandgrond naar een regio met strategische energievoorraden.

  • Tussen 1917 en 1939 werden de grote mijnzetels geopend: Winterslag, Waterschei, Zwartberg, Beringen, Houthalen, Zolder.

  • Rond elke mijn ontstonden cités, arbeidersdorpen met scholen, winkels, ziekenhuizen en verenigingen — een compleet sociaal ecosysteem.

⚙️ De glorietijd (1950–1965)

In de jaren ’50 en ’60 draaiden de Limburgse mijnen op volle capaciteit. De bronnen beschrijven een periode van economische bloei, sterke gemeenschapszin en een multiculturele bevolking.

  • Duizenden mannen werkten dagelijks op dieptes tot 800–850 meter.

  • De mijnbedrijven bouwden ziekenhuizen, sportclubs, recreatiecentra en zorgden voor sociale zekerheid.

  • Limburg werd een smeltkroes door migratiegolven: Polen, Slovenen, Grieken, Spanjaarden — en vooral Italianen.

🇮🇹 De Italiaanse migratiegolf (vanaf 1946)

Een cruciaal moment was de Belgisch-Italiaanse arbeidsdeal van 23 juni 1946:

  • Italië stuurde 50.000 arbeiders naar Limburg.

  • In ruil kreeg Italië 200 kg steenkool per gewerkte dag per mijnwerker.

  • De eerste Italianen leefden in barakkenkampen, vaak in erbarmelijke omstandigheden.

  • Na de ramp van Marcinelle (1956) kwamen strengere afspraken over huisvesting en veiligheid. Vandaag telt Limburg meer dan 33.000 inwoners met Italiaanse roots.

⛏️ Het leven onder de grond

Uit getuigenissen van ex‑mijnwerkers blijkt hoe extreem het werk was:

  • Temperaturen tot 40°C, stof, lawaai, mijngas.

  • Treinen reden ondergronds, soms met fietsen op de wagons.

  • Kanarievogels werden gebruikt om gas te detecteren.

  • Toch was er een unieke kameraadschap: “Als de mijn morgen opnieuw open zou gaan, ging ik direct terug,” vertelt ex‑mijnwerker Raf Cuypers.

📉 De neergang (1965–1992)

Vanaf eind jaren ’60 werd de Limburgse steenkool onrendabel:

  • Olie en aardgas werden goedkoper.

  • De wereldwijde industrie moderniseerde.

  • De Belgische overheid besloot tot geleidelijke sluiting.

Sluitingsjaren:

  • Zwartberg: 1966 (met zware protesten)

  • Beringen: 1989

  • Waterschei: 1987

  • Winterslag: 1988

  • Houthalen: 1991

  • Zolder: 1992 — de allerlaatste Belgische mijn

De sluitingen veroorzaakten een sociale schok: duizenden verloren hun werk, hele cité’s vielen stil, en Limburg moest zichzelf opnieuw uitvinden.

🌱 Van zwart naar groen: de reconversie

De bronnen tonen hoe Limburg zich heruitvond als cultuur-, technologie- en erfgoedregio:

  • C‑mine (Genk): creatieve campus op de oude site van Winterslag.

  • Be‑Mine (Beringen): grootste industriële erfgoedsite van Vlaanderen, met museum, duiktoren en recreatie.

  • Thor Park (Genk): technologiecampus op Waterschei.

  • Mijnmuseum Zolder: laatste schachtbok, symbool van het einde van een tijdperk.

De regio evolueerde van zwart naar groen: van steenkool naar innovatie, cultuur en natuur.

🧭 Wat maakt de Limburgse mijnen uniek?

  • Ze waren de jongste en modernste van België.

  • Ze creëerden een multiculturele samenleving die vandaag nog voelbaar is.

  • Ze lieten een uitzonderlijk architecturaal erfgoed na: schachtbokken, badhuizen, directiewijken.

  • Ze vormden een identiteit: trots, solidariteit, discipline — een cultuur die nog leeft in Genk, Beringen, Houthalen, Zolder en de cité’s.

zondag, oktober 13, 2024

Wat is De klassestrijd in Belgïe?


 De kiesplicht, of opkomstplicht, is een belangrijk aspect van het Belgische verkiezingssysteem. In België is het zo dat voor de meeste verkiezingen, zoals de federale, regionale en Europese verkiezingen, burgers die geregistreerd zijn in een Belgische gemeente en 18 jaar of ouder zijn op de dag van de verkiezingen, verplicht zijn om deel te nemen aan de stemming. Dit betekent dat men verwacht wordt naar het stembureau te gaan en een stemhokje binnen te wandelen. Echter, eenmaal in het stemhokje, heeft men de vrijheid om te kiezen of men daadwerkelijk stemt, blanco stemt, of ongeldig stemt.


Voor de lokale en provinciale verkiezingen die plaatsvinden op 13 oktober 2024, is er echter een verschil tussen de regio's in België. In Vlaanderen is de opkomstplicht afgeschaft en genieten burgers van stemrecht zonder de verplichting om te gaan stemmen. In Brussel en Wallonië blijft de opkomstplicht echter bestaan, wat betekent dat men nog steeds verplicht is om naar het stembureau te gaan.


Het niet naleven van de opkomstplicht zonder geldige reden kan leiden tot een geldboete variërend van 40 tot 80 euro. Voor herhaaldelijke afwezigheid kan deze boete oplopen tot 200 euro. Er zijn echter uitzonderingen waarbij men niet persoonlijk aanwezig kan zijn, zoals ziekte, werkverplichtingen of verblijf in het buitenland. In dergelijke gevallen kan men een volmacht geven aan een andere stemgerechtigde persoon om namens hen te stemmen.


Deze regelingen benadrukken het belang dat België hecht aan burgerparticipatie in het democratische proces. Tegelijkertijd erkent het ook de noodzaak van flexibiliteit voor burgers die niet in staat zijn om persoonlijk te stemmen. Het is een systeem dat zowel de plicht als het recht om te stemmen in evenwicht brengt, met respect voor de individuele vrijheid en omstandigheden van elke burger.

De klassestrijd in België: Een Historisch Perspectief


België, een land met een rijke geschiedenis van sociale en economische veranderingen, biedt een fascinerend kijkje in de dynamiek van de klassestrijd. De term 'klassestrijd' verwijst naar het maatschappelijk conflict tussen verschillende sociale klassen, een concept dat centraal staat in de marxistische maatschappijkritiek. Karl Marx, een van de meest invloedrijke denkers op dit gebied, definieerde klassen op basis van hun economische positie en relatie tot de productiemiddelen.


In België heeft de klassestrijd diepe historische wortels die teruggaan tot de industriële revolutie, toen Wallonië het centrum was van de Belgische industrie. Deze regio, ooit het industriële hart van het land, is nu echter een voorbeeld van de gevolgen van economische verschuivingen en de-industrialisatie. Aan de andere kant heeft Vlaanderen, dat ooit achterliep in industriële ontwikkeling, een aanzienlijke economische groei doorgemaakt.


Deze ongelijke ontwikkeling heeft geleid tot verschillende sociale en economische uitdagingen. De arbeidersklasse, of het proletariaat, heeft historisch gezien gestreden voor betere arbeidsomstandigheden en eerlijkere verdeling van rijkdom, terwijl de bourgeoisie, de kapitalistische klasse, haar belangen heeft verdedigd. Deze strijd is niet alleen beperkt tot economische kwesties, maar heeft ook politieke en culturele dimensies, waarbij taal en regionale identiteit een rol spelen in de complexe sociale structuur van België.


De klassestrijd in België is ook beïnvloed door de unieke regionale dynamiek van het land, waarbij de Vlaamse en Waalse regio's elk hun eigen economische en politieke uitdagingen kennen. De dialectiek van klasse en regio in België is een levendige illustratie van de wet van ongelijke ontwikkeling die de hele geschiedenis van het kapitalisme heeft gedomineerd.


Vandaag de dag blijft de klassestrijd relevant in België, waarbij vakbonden en politieke partijen de belangen van verschillende klassen vertegenwoordigen en bevorderen. De voortdurende discussies over economische hervormingen, sociale welvaart en arbeidsrechten weerspiegelen de aanhoudende invloed van klasse op de Belgische samenleving.


Voor een dieper inzicht in de klassestrijd in België, kan men de werken van Ernest Mandel en andere marxistische theoretici raadplegen, evenals de rijke literatuur die de complexe relatie tussen klasse, economie en regio in België onderzoekt. Deze bronnen bieden waardevolle perspectieven op de historische en hedendaagse manifestaties van klassestrijd in een land dat blijft evolueren en zich aanpassen aan de veranderende tijden.

Belangrijke Momenten in de Belgische Klassestrijd


De klassestrijd in België kent een lange en complexe geschiedenis, diep geworteld in de industriële en sociale ontwikkeling van het land. Hier zijn enkele belangrijke momenten die de Belgische klassestrijd hebben gevormd:


1. **De Mijnwerkersstaking van 1932**: Tijdens de Grote Depressie begonnen kleinere stakingen in de Henegouwse mijnen, die uitgroeiden tot een grootschalige staking. Deze staking was opmerkelijk vanwege de leiding door stakerscomités en de significante steun van mijnwerkersvrouwen. Ondanks de zware omstandigheden resulteerde hun vastberadenheid in een loonsverhoging van 1%, een belangrijke overwinning tegen de trend van loonsverlagingen.


2. **De Algemene Staking van 1936**: Voortbouwend op de staking van 1932, leidde de algemene staking van 1936 tot belangrijke sociale hervormingen, waaronder betaalde vakantie voor alle werkenden. Deze staking markeerde een belangrijk moment in de Belgische arbeidersbeweging en toonde de kracht van collectieve actie.


3. **De Opkomst van de Dolle Mina's in 1970**: De feministische beweging Dolle Mina voerde actie voor vrouwenrechten onder het motto "Baas in eigen buik!" en "Een rebelse meid is een parel in de klassenstrijd". Hun eerste actie op Belgische bodem in 1970 was een belangrijk moment in de strijd voor gendergelijkheid en sociale rechtvaardigheid.


4. **De Schoolstrijd**: De schoolstrijd in België was een historisch conflict tussen het rijksonderwijs en het katholieke onderwijs. Deze strijd weerspiegelde de diepere klassentegenstellingen en de invloed van religie op het onderwijs en de samenleving.


Deze momenten zijn slechts enkele voorbeelden van de vele gebeurtenissen die de klassestrijd in België hebben beïnvloed. Ze benadrukken de voortdurende strijd voor economische en sociale rechtvaardigheid en de impact van collectieve actie. De geschiedenis van de klassestrijd in België is een getuigenis van de veerkracht en vastberadenheid van de arbeidersklasse en andere gemarginaliseerde groepen in hun streven naar een rechtvaardigere samenleving. Voor een dieper inzicht in deze en andere belangrijke momenten, is het raadzaam om de beschikbare literatuur en online bronnen te raadplegen.

De Invloed van Klassestrijd op de Belgische Politiek


De klassestrijd heeft een diepgaande invloed gehad op de Belgische politiek, waarbij de strijd voor sociale en economische rechten vaak de drijvende kracht was achter politieke veranderingen. Hier zijn enkele manieren waarop de klassestrijd de politieke arena in België heeft gevormd:


1. **Vorming van Politieke Partijen**: De klassestrijd heeft geleid tot de vorming van politieke partijen die de belangen van verschillende sociale klassen vertegenwoordigen. De Belgische Werkliedenpartij, bijvoorbeeld, werd opgericht om de rechten van de arbeidersklasse te verdedigen.


2. **Sociale Wetgeving**: Stakingen en andere vormen van collectieve actie hebben bijgedragen aan de totstandkoming van belangrijke sociale wetgeving, zoals de invoering van betaalde vakantie en de verbetering van arbeidsomstandigheden.


3. **Vakbondsbeweging**: De klassestrijd heeft de groei van de vakbondsbeweging gestimuleerd, die een belangrijke rol speelt in de Belgische politiek. Vakbonden hebben druk uitgeoefend op de regering om de belangen van werknemers te behartigen en hebben vaak succesvol onderhandeld over betere lonen en arbeidsvoorwaarden.


4. **Schoolstrijd**: De strijd tussen het rijksonderwijs en het katholieke onderwijs, bekend als de Schoolstrijd, heeft geleid tot een langdurig debat over de rol van religie in het onderwijs en heeft de politieke verhoudingen in België beïnvloed.


5. **Politieke Crises**: De klassestrijd heeft ook bijgedragen aan politieke crises, zoals de Belgische politieke crisis van 2018-2020, waarbij klassentegenstellingen en sociale onrust een rol speelden in de politieke instabiliteit van het land.


De klassestrijd blijft een belangrijk element in de Belgische politiek, waarbij de belangen van verschillende sociale klassen voortdurend worden afgewogen en onderhandeld. Het is een dynamisch proces dat de politieke landschap van België blijft vormgeven en uitdagen. Voor meer informatie over de invloed van klassestrijd op de Belgische politiek, kunt u de uitgebreide analyses en historische studies raadplegen die beschikbaar zijn in de literatuur en online bronnen.

Sociale Ongelijkheid in België: Een Voortdurende Uitdaging


Sociale ongelijkheid blijft een prominente kwestie in België, ondanks de vooruitgang die is geboekt op verschillende gebieden van sociale ontwikkeling. De kloof tussen verschillende sociaaleconomische groepen manifesteert zich op meerdere vlakken, waaronder gezondheid, toegang tot onderwijs, en arbeidskansen.


Een recente studie heeft aangetoond dat er aanzienlijke ongelijkheden bestaan in de levensverwachting en levenskwaliteit van Belgen, afhankelijk van hun sociaaleconomische status (SES). Mensen met een hogere SES hebben een langere levensverwachting en genieten meer gezonde levensjaren dan die met een lagere SES. Bovendien is de kloof in levensverwachting sinds 2011 toegenomen, wat wijst op een verergering van de situatie.


Toegang tot gezondheidszorg is een ander gebied waar ongelijkheden duidelijk zichtbaar zijn. Een rapport van het European Social Observatory benadrukt dat, hoewel België over het algemeen goede gezondheidszorg biedt, er significante obstakels zijn voor mensen met een lagere SES, waaronder de kosten die patiënten zelf moeten dragen en het voorschieten van terugbetaalbare gezondheidskosten.


Op het gebied van sociale bescherming en armoede blijft België worstelen met het bereiken van de Europa 2020-doelstellingen. Er is een beperkte vooruitgang geboekt in het verminderen van het aantal personen in een situatie van armoede en/of sociale uitsluiting, en de toegang tot de arbeidsmarkt blijft problematisch voor bepaalde groepen. Hoewel er enige stabilisatie is in het aantal mensen dat in armoede leeft, blijft de strijd tegen kinderarmoede en sociale uitsluiting een aandachtspunt.


Deze ongelijkheden zijn niet alleen een kwestie van economische middelen, maar ook van onderwijs, gezondheid, en sociale integratie. Ze vormen een complex web van uitdagingen die de Belgische samenleving moet aanpakken om een meer inclusieve en rechtvaardige toekomst te waarborgen. Het is duidelijk dat, hoewel er stappen zijn gezet om deze kloven te dichten, er nog steeds een lange weg te gaan is.


Voor een dieper inzicht in de huidige staat van sociale ongelijkheid in België, is het raadzaam om de beschikbare literatuur en online bronnen te raadplegen, waaronder de Oxfam Ongelijkheidsindex die licht werpt op de inspanningen van de regering om ongelijkheid aan te pakken. Het blijft van cruciaal belang dat beleidsmakers, maatschappelijke organisaties en burgers samenwerken om de structurele oorzaken van ongelijkheid te identificeren en te bestrijden.

De klassestrijd in België voor de nieuwe generaties


De klassestrijd in België is een complex onderwerp dat diep geworteld is in de geschiedenis en de huidige maatschappelijke structuren van het land. Voor de nieuwe generaties manifesteert deze strijd zich op verschillende manieren, vaak beïnvloed door zowel etnische als sociaaleconomische factoren.


In België, een land met een rijke en gecompliceerde geschiedenis van migratie, zien we dat de klassestrijd niet alleen een kwestie is van economische ongelijkheid, maar ook nauw verweven is met etnische diversiteit. Onderzoek toont aan dat er significante verschillen zijn in onderwijskansen en -resultaten tussen etnische groepen, wat wijst op een complexe dynamiek van klasse en cultuur.


De Vlaamse en Franse gemeenschappen in België benaderen deze kwesties vanuit verschillende perspectieven. In Vlaanderen wordt er vaak nadruk gelegd op de socio-economische context en de structurele kenmerken van scholen, zoals tracking en etnische samenstelling, terwijl in Wallonië de focus meer ligt op structurele sociale klasse ongelijkheden.


De jongere generaties staan voor de uitdaging om deze historische en voortdurende ongelijkheden te navigeren en te overwinnen. Met de opkomst van nieuwe vormen van communicatie en sociale bewegingen hebben jongeren meer middelen tot hun beschikking om zich te organiseren en te pleiten voor verandering. De klassestrijd in België blijft evolueren, en de nieuwe generaties zullen ongetwijfeld hun eigen stempel drukken op de richting die deze strijd neemt.


Het is belangrijk dat beleidsmakers, onderwijzers en gemeenschapsleiders deze kwesties erkennen en samenwerken met jongeren om inclusieve en rechtvaardige oplossingen te vinden die de klassestrijd in België voor de nieuwe generaties aanpakken. Door samen te werken en te leren van het verleden, kunnen we een toekomst bouwen die gelijke kansen biedt voor iedereen, ongeacht hun achtergrond of afkomst.

vrijdag, april 21, 2023

Steenkoolmijnen in België

 


Er waren veel steenkoolmijnen in België, maar de meeste zijn nu gesloten. Van de vele koolmijnen die er waren staan er nog 29 schachttorens overeind¹. Veel oude mijnsites hebben ook nog originele gebouwen en terrils waar de natuur nu regeert¹.

 

Als je geïnteresseerd bent in het bezoeken van een steenkoolmijn, dan kun je bijvoorbeeld Blegny-Mine bezoeken. Het bezoek aan de steenkoolmijn is een unieke ervaring in de ondergrondse verdiepen – 30 en – 60 meter! De mijn is een fascinerende en mysterieuze wereld dat het bezoek van twee uren nauwelijks volstaat om je dit te vertellen! Trek je een jas aan en zet je een helm op, je daalt af met een gids in de liftkooi naar een andere wereld³.

 

Ik hoop dat dit antwoord nuttig voor je was. Laat het me weten als ik nog iets anders voor je kan doen!

 

Bron: Gesprek met Bing, 21-4-2023

(1) Belgische steenkoolmijnen - Belgische steenkoolmijnen. https://www.belgischesteenkoolmijnen.be/.

(2) Het bezoek aan de steenkoolmijn | Blegny-Mine. https://www.blegnymine.be/nl/het-bezoek-aan-de-steenkoolmijn.

(3) Kolenmijn - Wikipedia. https://nl.wikipedia.org/wiki/Kolenmijn.

De meeste mijnen waar steenkool werd opgegraven zijn gesloten doordat de bovenste laag waar de meeste steenkool te vinden was al opgegraven was¹. In West-Europa, waar de kolen- en staalindustrie sinds 1952 werd beheerd door de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, zijn nu bijna alle kolenmijnen gesloten². Tussen 1987 en 1992 sloten alle overgebleven mijnen in België⁴.

 

Ik hoop dat dit antwoord nuttig voor je was. Laat het me weten als ik nog iets anders voor je kan doen!

 

Bron: Gesprek met Bing, 21-4-2023

(1) Steenkool - Wikikids. https://wikikids.nl/Steenkool.

(2) Kolenmijn - Wikipedia. https://nl.wikipedia.org/wiki/Kolenmijn.

(3) Laatste Belgische mijn sloot vijfentwintig jaar geleden. https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170929_03102669.

(4) Verhalen uit de Limburgse steenkoolmijnen | VRT.be. https://www.vrt.be/nl/over-de-vrt/nieuws/2022/07/12/verhalen-uit-de-limburgse-steenkoolmijnen/.

De eerste sporen van de steenkoolontginning in België gaan terug tot 1248, toen in de Borinage steenkool werd opgegraven¹. Vanaf 1781, met de bouw van de eerste vuurpomp in Bernissart, komt de exploitatie in een stroomversnelling¹. In 1831 lag de totale Belgische steenkoolproductie op 2,3 miljoen ton en steeg naar 16,9 miljoen ton in 1880². Er waren op het hoogtepunt in totaal 149 steenkoolmijnen². In 1901 vond André Dumont de eerste steenkool in As (Limburg), de start voor het Kempens steenkoolbekken².

 

Ik hoop dat dit antwoord nuttig voor je was. Laat het me weten als ik nog iets anders voor je kan doen!

 

Bron: Gesprek met Bing, 21-4-2023

(1) Steenkoolmijnen | Industriecultuur.be. https://www.industriecultuur.be/steenkoolmijnen.

(2) Steenkool - Wikipedia. https://nl.wikipedia.org/wiki/Steenkool.

(3) Belgische steenkoolmijnen - Belgische steenkoolmijnen. https://www.belgischesteenkoolmijnen.be/.

(4) Kolenmijn - Wikipedia. https://nl.wikipedia.org/wiki/Kolenmijn.

(5) Verhalen uit de Limburgse steenkoolmijnen | VRT.be. https://www.vrt.be/nl/over-de-vrt/nieuws/2022/07/12/verhalen-uit-de-limburgse-steenkoolmijnen/.

De sluiting van de mijnen had een grote impact op de economie van België. De kolenmijnen waren een belangrijke bron van werkgelegenheid en inkomsten voor de regio's waar ze zich bevonden. De sluiting van de mijnen leidde tot een verlies van duizenden banen en had een negatieve invloed op de lokale economie. Tegenwoordig zijn er echter andere industrieën die de economie van België ondersteunen.

 

Ik hoop dat dit antwoord nuttig voor je was. 

Steenkoolmijnen in België 

Video met gesproken tekst - artificiële intelligentie 


vrijdag, april 14, 2023

The Pentaconta PC-32 Telephone Central

Eerste job 1970 tester telefooncentrales.

 The Pentaconta PC-32 Telephone Central 

Pentaconta telefooncentrale systeem:

Introduction 

The Pentaconta PC-32 is a telephone central that was developed and manufactured by the German company, Pentaconta. It was widely used in the 1970s and 1980s in Europe and other parts of the world. 

Features 

The Pentaconta PC-32 telephone central was designed to handle up to 32 telephone lines, making it suitable for use in small to medium-sized businesses. Some of its key features include: 

  • Automatic call distribution 

  • Call forwarding 

  • Call waiting 

  • Conference calling 

  • Voicemail 

  • Call recording 

  • Caller ID 

Advantages 

There are several advantages to using the Pentaconta PC-32 telephone central, including: 

  • Easy to install and use 

  • Provides a range of features that can help businesses improve their communication 

  • Affordable compared to other telephone centrals on the market 

  • Reliable and durable, with a long lifespan 

Disadvantages 

Despite its many advantages, there are some disadvantages to using the Pentaconta PC-32 telephone central, including: 

  • Limited capacity of up to 32 telephone lines, which may not be sufficient for larger businesses 

  • Limited compatibility with newer technologies, such as digital telephony and voice over IP (VoIP) 

  • Limited availability of spare parts and technical support, as the product is no longer being manufactured 

Conclusion 

Overall, the Pentaconta PC-32 telephone central was a reliable and affordable solution for small to medium-sized businesses in the past. While it may not be as advanced or compatible with newer technologies as some of the more modern telephone centrals on the market, it still provides a range of features that can help businesses improve their communication. If you are considering using a Pentaconta PC-32 telephone central for your business, it is important to weigh its advantages and disadvantages carefully and consider whether it is the right choice for your specific needs. 

the rotary telephone central BESCHRIJVING: De Rotary 7A-2 Telefooncentrale is een analoge telefooncentrale die bestaat uit een elektromechanisch systeem van keuzerelais en semafoons die verantwoordelijk zijn voor het automatisch verbinden van twee telefoons. Roterend verwijst naar het feit dat de onderdelen continu en/of af en toe draaien. Deze uitwisselingen baseren hun verbindingsnetwerk op het gebruik van roterende schakelmachines van twee typen (zoekers en selectors), die worden aangedreven door koppeling aan verticale assen die continu draaien en worden aangedreven door de werking van een motor met gemiddeld vermogen (één voor elke twee rijen ). In het onderste gedeelte ziet u de horizontale as die de rotatie van de motor overbrengt, beweging die op zijn beurt wordt overgebracht naar de verticale assen die de machines zullen aandrijven wanneer ze worden gebruikt.Eigenlijk waren automatische schakelkantoren niet zoals deze apparatuur. Ze bestonden uit rijen van verschillende rekken van meer dan 2 meter hoog, en in de rijen bevonden zich meestal groepen rekken die bestemd waren voor selectors, zoekers, recorders, enz. In dit geval zijn de complete rekken origineel, maar dit gedeelte beslaat een enkele rij waarin rekken met verschillende functionaliteiten zijn gegroepeerd. De capaciteit is 200 regels. De montage en inbedrijfstelling werd uitgevoerd door Alfonso Carlos Nagore. Chatgpt:De draaischijftelefooncentrale (rotary), ook wel handtelefooncentrale genoemd, was een systeem dat in de begintijd van de telefonie werd gebruikt om telefoongesprekken door te verbinden. Het bestond uit een centraal kantoor waar telefoonoperators handmatig oproepen doorverbonden door kabels in aansluitingen op een groot schakelbord te steken. Als iemand wilde bellen, nam hij de hoorn van zijn telefoon met draaischijf op en ging er een signaal naar de centrale. De telefoniste vroeg de persoon vervolgens om het nummer dat hij wilde bellen en bracht de oproep handmatig tot stand door kabels in de juiste aansluitingen op de telefooncentrale te steken. 

 De telefooncentrale met draaischijf werd veel gebruikt vanaf het einde van de 19e eeuw tot het midden van de 20e eeuw, toen deze werd vervangen door automatische telefooncentrales die elektronische schakelaars gebruikten om oproepen door te verbinden. Tegenwoordig worden de meeste telefoongesprekken via digitale schakelaars doorverbonden en behoren handmatige telefooncentrales tot het verleden. 

Koning Boudewijn op bezoek in Bell Telephone manufacturing Company Geel:



86 Bell-Telephonelaan
Geel, Vlaams Gewest
Teambuilding vroege seventies op de sportvelden van Tongerlo. Voleyballteam van testers.